Eilanden voor de kust?

Op Vlaams niveau worden plannen bestudeerd om tegen het jaar 2100 kunstmatige eilanden aan te leggen op de zandbanken voor de kust. Die zouden allerlei functies krijgen (toeristische infrastructuur, natuur, energiewinning en –opslag, enz). Een energie-eiland komt er in die plannen op zo’n 30 km voor de kust, op de Thorntonbank.

Het federale niveau tekent in het Marien Ruimtelijk Plan zones in om energie-eilanden voor de kust te bouwen op de Wenduinebank (op 3 km voor de kust) en aansluitend bij de haven van Zeebrugge.

Tot 29 september 2013 loopt het openbaar onderzoek m.b.t. dat Marien Ruimtelijk Plan. Tot dan kunnen mensen hun bezwaren indienen.

Deze site wil informatie verzamelen en bijhouden over het dossier. In een eerste fase gaat vooral aandacht naar  de plannen om een eiland voor energie-opslag te bouwen voor de kust van Wenduine.

Het Marien Ruimtelijk Plan

In januari stelde minister voor de Noordzee Johan Vande Lanotte een voorontwerp van Marien Ruimtelijk Plan (MRP) voor, waarin hij de ruimtelijke ordening van het Belgische deel van de Noordzee wil regelen voor de periode 2013-2019.

Eén van de zaken waar hij ruimte voor inkleurt, is voor een “energie-atol”, om energie van de windturbineparken op zee te stockeren en op een later tijdstip te gebruiken (via het “valmeersysteem”).

Aanvankelijk bevatte het plan één zone voor een dergelijk atol, nl. op de Wenduinebank, op 3 km voor de kust van De Haan. Gemeenschapssenator Wilfried Vandaele (N-VA) wees er toen op dat een dergelijk eiland in het plan voor de Vlaamse Baaien ingetekend staat op 30 km afstand, nl. bij de Thorntonbank. Intussen kon Vandaele de hand leggen op de resultaten van de studie van het Milieu- en energietechnologie Innovatie Platform (MIP), uitgevoerd in opdracht van o.m. de haven van Zeebrugge en Rent-a-Port. Die laatste heeft samen met Electrawinds een concessie voor de bouw van windturbines op de Thorntonbank.

Waar het over de mogelijke  inplantingsplaatsen voor een energie-atol gaat, is Zeebrugge volgens de studie de 1’ keuze, aansluitend bij de havenontwikkeling, en als 2’ keuze wordt de Thorntonbank naar voren geschoven, aansluitend bij de windturbineparken. De Wenduinebank werd niet onderzocht.

Aan Vandaele liet Vande Lanotte weten dat hij, alvorens het MRP in openbaar onderzoek zou gaan, Zeebrugge zou toevoegen als mogelijke inplantingsplaats.

Wenduine en Zeebrugge

Wilfried Vandaele was verbaasd dat Zeebrugge niet wordt ingebracht ter vervanging van de Wenduinebank, maar er bovenop. Vande Lanotte wil twee concessies toekennen, voor twee eilanden.

Het verbaast Vandaele ook dat Vande Lanotte de Thorntonbank, nochtans de tweede keuze volgens de MIP-studie, niet opneemt.

Vandaele aan Vande Lanotte: “Los van de wenselijkheid, haalbaarheid en betaalbaarheid, stel ik mij de volgende vraag: waarom neemt u de Thorntonbank niet op als mogelijke locatie voor een energie-atol (nochtans tweede beste keuze volgens MIP) in de plaats van de Wenduinebank?”

Vande Lanotte antwoordde dat de Thorntonbank te duur is, en technisch veel moeilijker. Het water is er dieper en de golfslag sterker. Op de Wenduinebank en ter hoogte van Zeebrugge zit er ook een stabiele kleilaag.

Vandaele herinnerde er aan dat precies dezelfde argumenten werden gebruikt toen men de windturbines wou bouwen. Ook toen wou men ze op de Wenduinebank en de Vlakte van de Raan zetten en was het technisch zogezegd niet haalbaar en te duur om ze verder in zee te zetten. Uiteindelijk zijn ze toch dieper gekomen, op de Thornton- en de Blighbank. Tot ieders tevredenheid.

Vandaele wees er op dat volgens de MIP-studie een eiland bij Zeebrugge niet zoveel minder zou kosten dan bij de Thorntonbank, en dat men in de Wenduinebank veel dieper moet graven (het valmeer is 25 meter diep).

Tot slot van zijn betoog vroeg Vandaele aan Vande Lanotte: “Ik zou u dus willen vragen om ook de Thorntonbank op te nemen in uw Marien Ruimtelijk Plan als mogelijke locatie voor een energie-atol, of minstens in uw MRP bij de zone voor het stopcontact op zee bij de Thorntonbank, in te schrijven dat het stopcontact daar gecombineerd kan worden met een energie-atol.

Vandaele zegt dat hij en zijn partij –de N-VA-  voorstander zijn van het opwekken van groene stroom op zee en van de stockage ervan. De Wenduinebank ligt echter te dicht bij de kust en in een ongerepte zone. O.m. door visuele hinder kan een eiland op die plek nadelige gevolgen hebben voor het toerisme.

Vandaele: “Als er in Zeebrugge voldoende draagvlak is bij de bevolking, is Zeebrugge inderdaad een betere locatie. Er zijn toch al plannen om de haven uit te breiden en dan kan men twee of zelfs drie vliegen in één klap slaan. Het eiland kan eventueel ook een corridor tot stand brengen waardoor binnenschepen richting Westerschelde kunnen varen, als alternatief voor het Schipdonkkanaal. Ook op de Thorntonbank kan men twee of drie vliegen in één klap slaan:  combinatie met het stopcontact op zee en eventueel met een uitvalsbasis voor onderhoud van de turbines.”

Wilfried Vandaele geeft ook enkele cijfers mee: een eiland bij Zeebrugge bouwen zou 900 miljoen euro kosten, bij de Thorntonbank 1,2 miljard. De jaarlijkse onderhoudskost loopt op tot 7 à 8 miljoen euro.

Johan Vande Lanotte geeft echter te kennen dat het eiland voor Wenduine er zeker komt en in kringen van baggeraars kan men horen dat de plannen al vergevorderd zijn.

Advertenties